Ontdek de Vergeten Geschiedenis
De oorlog was hier!
Duik dieper in de verhalen van moed en overleving die zich afspeelden tijdens de Tweede Wereldoorlog in onze gemeenschap. Ontdek de impact en de blijvende herinneringen die deze gebeurtenissen hebben achtergelaten.
De Nieuwe Hollandse Waterlinie
De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een verdedigingslinie die loopt van Muiden tot aan de Biesbosch. Deze bestaat uit de volgende verdedigingswerken: 45 forten, 6 vestingen, 2 kastelen, ruim 700 betonnen schuilplaatsen, kazematten en ruim 100 militaire sluizen en waterwerken. De Nieuwe Hollandse Waterlinie vormde het oostfront van de Vesting Holland. De linie had tot doel het westen van Nederland onbereikbaar te maken voor de vijand, met als geheim wapen het water. Brede stroken land werden onder water gezet (inundatievlakten). Met een laagje water tot kniehoogte sloegen ze twee vliegen in één klap: het land was onbegaanbaar voor soldaten, voertuigen of paarden. En voor boten was het te ondiep om doorheen te varen.
Vooral de dorpen Schalkwijk en Tull en ’t Waal, maar ook het noordelijke en westelijke gedeelte van Houten, lagen binnen het gebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Aan het begin van de oorlog leefde nog altijd de gedachte dat er genoeg obstakels waren om het de vijand moeilijk te maken. Dat zou ook zo geweest zijn als niet in 1885 de brisantgranaat ingevoerd werd. Op slag verloren alle fortificaties hun betekenis als opstellingsplaats voor het vestinggeschut. Tegen dit explosieve projectiel is namelijk geen fort bestand. De militaire ontwikkelingen van de Eerste Wereldoorlog maakten heel duidelijk dat de strategische en tactische waarde van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aanzienlijk gedaald was. Onder andere wegens geldgebrek werden pas in 1930 de inundatiemogelijkheden aangepast en ook wegversperringen ontworpen. Dit gebeurde niet alleen op strategische plaatsen in en bij fortificaties, maar ook bij doorsnijdingen van de waterlinie met spoorwegen. Bij nieuwe verkeerswegen werden mitrailleur- en kanonkazematten van gewapend beton gebouwd.
Inundaties
Door middel van de inlaatsluis in de noordelijke dijk langs de Lek bij Fort Honswijk werd op 12 mei 1940 door het Nederlandse leger via het Inundatiekanaal een groot gedeelte van Schalkwijk onder water gezet en ook een klein gedeelte van Tull en ’t Waal. Omdat het water maar langzaam steeg, duurde het dagen voordat het gehele gebied geïnundeerd was.
Het water had nogal wat invloed. Sommige weggedeelten in Schalkwijk stonden wel een halve meter onder water. Bij veel huizen en de lagere school voor jongens ‘St. Henricus’ (de later basisschool ‘St. Michiel’) stonden de vloeren onder water. In het gemeentehuis van Schalkwijk stond het water ruim 30 cm boven de vloer.
In Houten werd ook op 12 mei een gedeelte onder water gezet: het Vechter- en Oudwulverbroek. En ook een deel van Wulven en een beperkt deel van de Houtense Vlakte (tegenwoordig een deel van de Utrechtse wijk Lunetten, dat toen nog bij de gemeente Houten hoorde).
Ria kruijssen, Wim Uijttewaal en Sanne Koppers
Ria kruijssen, Kees Smit, Adriaan en Riek Verhoef, Wim Uijttewaal, Piet en jo Heijmink Liesert
Evacuaties
Op 29 augustus 1939 was de dag van de mobilisatie, dat wil zeggen: Nederland maakte zich klaar voor de gewapende neutraliteit waarbij tienduizenden soldaten zich moesten melden bij verzamelplaatsen door het hele land. Die dag stuurde het Departement van Defensie aan alle gemeenten van ons land het ‘Voorschrift Afvoer Burgerbevolking’ toe. Deze maatregel had tot doel veiligheidsmaatregelen te nemen voor de bevolking in gebieden waar zware gevechten verwacht werden of gebieden die geïnundeerd zouden worden. De drie gemeenten Houten, Schalkwijk en Tull en ’t Waal kwamen voor op de lijsten van de met de uitvoering belaste Commissie Afvoer Burgerbevolking. De burgemeesters van deze gemeenten hebben hun maatregelen getroffen en voor hun gemeenten een evacuatieplan opgesteld.
Evacuatie van Houten en ‘t Goy
In verband met de naderende oorlogsdreiging en de inundatie van bepaalde delen van de gemeente Houten, moest op Tweede Pinksterdag, 13 mei 1940, een gedeelte van de bevolking van het dorp Houten evacueren. Dit gebeurde niet alleen met de auto, maar vooral met paard-en-wagen of te voet. Als eerste werd het gedeelte van het dorp ontruimd dat onder water gezet zou worden. De mensen zouden naar de gemeente Monster gaan, ten zuiden van Den Haag. Ze moesten reizen via Vreeswijk, waar ze ingescheept werden met bestemming Maassluis. Dit inschepen in rijnaken vond plaats onder geweldig geschutvuur van het luchtafweergeschut en voortdurende aanvallen van vijandelijke vliegtuigen op de brug over de Lek bij Vianen. De gemeente Monster is nooit bereikt. Zij die Houten al verlaten hadden, strandden in Boskoop.
De verdere ontruiming van Houten en de ontruiming van het dorp ’t Goy volgde een dag later, op 14 mei, nu met bestemming Utrecht. Bij gebrek aan voldoende auto’s, bereikten veel mensen Utrecht op de fiets of lopend. De tocht ging gepaard met veel oponthoud, omdat het dorp Houten vol liep met terugtrekkende Nederlandse militairen en de weg naar Utrecht in beslag werd genomen door militaire colonnes. Een deel van de inwoners van Houten moest naar Vreeswijk. Vandaar zouden zij per schip (rijnaak) naar Rotterdam gaan en vervolgens naar het vluchtoord Monster reizen. De rijnaken hebben Vreeswijk wel verlaten, maar moesten terugkeren vanwege het bombardement op Rotterdam. Op de terugweg werden de schepen vanuit vliegtuigen bestookt.
Gelukkig werd uiteindelijk zonder schade Utrecht bereikt. Van daaruit werd een gedeelte van de inwoners per trein naar Voorburg gebracht. De rest van de mensen bleef in Utrecht, onder andere in een drietal scholen en in het N.V.-Huis aan de Oudegracht 245. Zij zouden in de avond van 15 mei met de trein naar Den Haag en daarna naar Voorburg gaan. Op het moment dat de trein naar Den Haag zou vertrekken, kwam het bericht dat de capitulatie een feit was. Dit betekende voor de vluchtelingen dat zij naar huis konden terugkeren. Dat gebeurde grotendeels de volgende dag.
Pieter Johannes Winkel, geboren op 27 december 1913, deed dienst als motorordonnans bij de evacuatiedienst in Houten, en is op de avond van 12 mei dodelijk verongelukt. Hij had als opdracht een schriftelijk bevel te bezorgen over de ontruiming van een gedeelte van de gemeente Houten bij de wijkleiders van de evacuatiedienst in Utrecht. Bij zijn terugkeer van de uitvoering van deze opdracht heeft hij een aanrijding gehad met de auto van luitenant Akkersloot van het Bureau Inundaties. Hij is nog wel overgebracht naar het militair hospitaal aan de Springweg in Utrecht, maar bleek bij aankomst al te zijn overleden.
Evacuatie van Schalkwijk en Tull en ‘t Waal
Op de Tweede Pinksterdag moesten ook de inwoners van Schalkwijk en Tull en ’t Waal evacueren. De plaats van opvang voor de inwoners van beide dorpen was aanvankelijk Schipluiden in Delfland. De mensen werden eerst per auto of met paard-en-wagen naar Vreeswijk gebracht. Het vervoer zou verder in vier rijnaken naar Rotterdam gaan en vandaaruit naar Schipluiden. In verband met het bombarderen van de brug over de Lek bij Vianen werd met de nodige vertraging Vreeswijk bereikt. Daar aangekomen werd na inscheping koers gezet naar Rotterdam. Onder Schoonhoven moest het eerste schip, na beschietingen vanuit vliegtuigen, terugkeren en samen met de andere drie schepen naar Utrecht varen. Vroeg in de ochtend van 14 mei kwamen de schepen in Utrecht aan. Daar werden de mensen ondergebracht in schouwburg ‘Tivoli’ aan de Kruisstraat, in het H.B.S.‑gebouw aan het Domplein en in andere gebouwen. Omdat Utrecht, evenals Rotterdam, gebombardeerd dreigde te worden, moesten de evacués de stad verlaten. Daarom is vanuit Utrecht een gedeelte van de bevolking van Schalkwijk en Tull en ’t Waal met de trein richting Voorburg gegaan. Eerst reed de trein naar Gouda, toen terug naar Woerden, omdat een reis over Gouda niet meer mogelijk bleek. Uiteindelijk werden de mensen via Leiden naar Voorburg gebracht, waar zij voorlopig onderdak kregen in kerken en scholen.
Omdat het inundatiewater bleef stijgen, vliegtuigen van de Duitsers laag over de Lek scheerden, de eerste boerderij (Lekdijk 26 van Jan van Rijn) al in brand was geschoten en elk contact met de geëvacueerde bevolking en met hogere instanties was verbroken, hebben op een enkeling na de laatst overgebleven inwoners van Schalkwijk en Tull en ’t Waal hun dorpen verlaten en zijn naar Utrecht getrokken. Tegelijk met de leden van het Evacuatiecomité, in de ochtend van 15 mei. Utrecht konden zij niet meer bereiken, zodat zij in auto’s naar Voorburg gingen. Daar voegden zij zich bij de daar al verblijvende dorpsgenoten.
Door de capitulatie van Nederland op 15 mei konden de inwoners van Houten en ’t Goy op 15 mei al weer naar huis terugkeren. De meeste inwoners van Schalkwijk en Tull en ’t Waal deden dit op 16 mei, vanuit Utrecht en Voorburg. Enkele inwoners kwamen al op 15 mei terug.
Eén van de zusters van het St. Canisiusgesticht (klooster) in Schalkwijk schrijft in haar dagboek over de terugkeer het volgende: 15 mei, terug in Schalkwijk. Bij de kruising van de weg Tull en ‘t Waal en Utrecht stapten we uit de auto. We, dat was ons convent en ook de Zeereerw. Heer Pastoor die met dezelfde bus meegereden had. We liepen over de hoge dijk, want de lage dijk stond onder water. Juist luidden de klokken het Angelus, als een welkomstgroet aan de terugkerenden. In de verte zagen we dat ons huis nog goed gesloten was, maar hoe kwamen we er in? ’t Was rondom water! Maar…. onze buren hadden ons al bemerkt en kwamen met hoge laarzen aan door ’t water gereden met een handkarretje, waarvan ze vlug ’n noodbruggetje in elkaar flansten. Netjes geleid door mijnheer v.d. Hoogen of Copier ging Ref. Mére en de andere zusters over ’t bruggetje, de jongsten waagden ’t alleen.
De evacuatie van het vee
Door de inundaties waren veel veehouders gedupeerd: een deel van hun veestapels moest afgevoerd worden, en is daarbij ‘kwijt geraakt’. Een groot deel van de veestapel werd vanaf de loswal in Schalkwijk per schip over de Lek vervoerd, maar een gedeelte ook over de weg. Het vee ging naar Ammerstol, Bergambacht en Groot-Ammers. Daar kwamen echter zoveel dieren aan, dat ook dorpen verder daarvandaan vee moesten opvangen. Na de capitulatie van ons land moest al het vee weer opgehaald worden. De chaos was intussen zo groot geworden, dat veehouders dagen en soms weken naar hun koeien en andere dieren op zoek zijn geweest. Van een Schalkwijkse veehouder is bekend dat hij zijn laatste koeien terug heeft gevonden op een sportveld in Den Haag.
De oorlog door kinderogen
Het slimme geheime waterwapen van Nederland
Heel lang geleden bedachten mensen in Nederland iets heel slims om het land te verdedigen: de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dat klinkt ingewikkeld, maar het was eigenlijk een soort geheim waterwapen!
In Nederland hebben we veel water: rivieren, sloten en plassen. En de mensen dachten: wat als we het water gebruiken om de vijand tegen te houden? Zo ontstond het idee van de Waterlinie.
Ze maakten dijken, sluizen en kanalen waarmee ze stukken land onder water konden zetten als er oorlog dreigde. Niet zo diep dat je er in kon zwemmen of varen, maar juist een beetje – net te diep om doorheen te lopen met soldaten en paarden, en te ondiep voor boten. Super slim dus!
Langs de Waterlinie bouwden ze ook forten, zoals Fort Honswijk, Fort bij Vechten of Fort Rijnauwen. In die forten zaten soldaten die mee konden vechten als het nodig was. De forten waren gemaakt van dikke muren en later ook van beton, zodat ze bestand waren tegen aanvallen.
De Waterlinie werd gebruikt in de 19e en 20e eeuw, vooral als Nederland zich moest verdedigen tegen vijanden. Het idee was: als de vijand komt, zetten we snel het land onder water en verstoppen we ons achter de linie.
In 1940, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd een deel van de linie nog gebruikt. Maar toen kwamen er vliegtuigen en tanks, en die konden over of om het water heen. Toen werkte het waterwapen niet meer zo goed.
Tegenwoordig is de Nieuwe Hollandse Waterlinie geen geheim wapen meer, maar een prachtig stukje geschiedenis. De forten zijn open voor bezoekers. Je kunt er wandelen, spelen, leren en zelfs picknicken! En het allerleukste? Veel kinderen doen speurtochten of verkleedpartijen als soldaat of waterbaas.
Een bijzonder verhaal over water in Schalkwijk en Houten
In de Tweede Wereldoorlog vocht Duitsland tegen veel landen, zoals Nederland, Engeland, Frankrijk, Amerika en Rusland. Maar aan het eind van de oorlog begon Duitsland steeds meer te verliezen. Er waren grote gevechten en de Duitsers moesten zich langzaam terugtrekken.
Op 5 mei 1945 gaven de Duitsers zich in Nederland over. Dat noemen we de capitulatie. Dat betekent dat ze stopten met vechten en zeiden: “We geven ons over.”
Een paar dagen later, op 8 mei 1945, gaf Duitsland zich in heel Europa officieel over. Daarmee was de oorlog in Europa voorbij. Deze dag noemen we ook wel Bevrijdingsdag in Europa.
Mensen waren ontzettend blij dat de oorlog voorbij was. Ze vierden feest op straat, hingen vlaggen uit en dansten van blijdschap. Maar er was ook veel verdriet, want veel mensen waren familie of vrienden kwijtgeraakt.
Inundatie: Land onder water
Lang geleden, in het jaar 1940, gebeurde er iets heel bijzonders in de dorpen Schalkwijk en Houten. Soldaten van het Nederlandse leger wilden de vijand tegenhouden. Daarom lieten ze expres water over het land stromen. Dat noemen we inundatie – een moeilijk woord dat eigenlijk gewoon betekent: land onder water zetten.
Bij Fort Honswijk, vlakbij de rivier de Lek, zetten ze een grote sluis open. Daardoor stroomde er veel water door een kanaal naar Schalkwijk. Het ging niet heel snel, dus het duurde een paar dagen voordat alles onder water stond.
De straten stonden vol water – soms wel tot je knieën! Zelfs bij de school voor jongens, die ‘St. Henricus’ heette, stond het water op de vloer. In het gemeentehuis stond het water zelfs 30 centimeter hoog.
Ook in Houten lieten ze die dag een stukje onder water lopen. Dat gebeurde in gebieden met grappige namen zoals het Vechterbroek, Wulven en de Houtense Vlakte. Een deel daarvan is nu de wijk Lunetten in Utrecht!
Het was een spannend en bijzonder moment in de geschiedenis van deze dorpen. En het laat zien hoe belangrijk water in Nederland altijd is geweest!
Toen de mensen hun huis moesten verlaten
Heel lang geleden, in 1940, was er oorlog in Nederland. Soldaten moesten het land verdedigen, en soms werd er water over het land gelaten om de vijand tegen te houden. Dat heette inundatie – een moeilijk woord dat betekent dat ze land onder water zetten.
In de dorpen Houten, Schalkwijk en Tull en ’t Waal woonden toen veel mensen. Maar toen het oorlog werd, werd het daar te gevaarlijk. Er zouden gevechten kunnen komen en het land zou onder water gezet worden. Daarom moesten de mensen hun huizen verlaten. Dat noemen we evacuatie.
Veel mensen gingen met paarden en wagens, fietsen of zelfs te voet weg. Ze gingen eerst naar het dorpje Vreeswijk, en van daaruit met boten (rijnaken) verder. Maar het was heel gevaarlijk, want er vlogen vliegtuigen boven die schoten op bruggen en schepen. Sommigen kwamen niet aan op hun eindbestemming, zoals Monster, en moesten stoppen in Boskoop of Utrecht.
Ook de dorpen Schalkwijk en Tull en ’t Waal moesten weg. Ze gingen met boten naar Rotterdam, maar ook daar werd geschoten. Uiteindelijk kwamen ze aan in Utrecht, waar ze sliepen in gebouwen zoals een theater of een school.
Sommige mensen werden later met de trein naar Voorburg gebracht. Onderweg reden de treinen eerst naar Gouda, toen terug naar Woerden, en uiteindelijk via Leiden naar Voorburg. Het was een lange reis!
Gelukkig kwam op 15 mei 1940 het bericht dat Nederland de strijd moest opgeven. Toen mochten de mensen weer naar huis. Ze waren blij, maar ook moe en verdrietig.
Een zuster uit het klooster in Schalkwijk schreef dat ze terugliep over een dijk naar huis. Haar huis stond helemaal in het water! Maar een buurman kwam haar helpen met een handkar en laarzen. Samen maakten ze een klein bruggetje en zo kwamen ze toch veilig thuis.
Ook de koeien en andere dieren moesten evacueren. Ze gingen met de boot over de rivier naar andere dorpen. Maar later, toen iedereen weer terugging, waren sommige boeren hun koeien kwijt! Eén boer vond zijn laatste koe pas terug op een sportveld in Den Haag.
De oorlog in perspectief
Burgerschapsvragen voor het V.O.
Deze vragen helpen je om na te denken over keuzes die mensen in de oorlog moesten maken. Er zijn geen goede of foute antwoorden. Het gaat erom dat je onderzoekt wat jij belangrijk vindt, hoe jij situaties inschat en welke waarden voor jou leidend zijn.
Lees de tekst of bekijk de locatie aandachtig en neem daarna de tijd om bij de vragen stil te staan. Probeer verder te denken dan wat er letterlijk staat: waarom gebeurde iets, welke opties hadden mensen wel of juist niet, en wat zou jij in die situatie gedaan hebben?
Praat er met elkaar over, stel vragen aan elkaar, en wees nieuwsgierig. De oorlog was ingewikkeld. Jullie antwoorden mogen dat dus ook zijn.
Burgerschapsvragen voor VO
Thema: Waterlinie, inundaties, evacuaties en burgerimpact
- Hoe beoordeel jij de keuze om grote delen van Schalkwijk, Tull en ’t Waal en delen van Houten onder water te zetten als verdedigingsmaatregel, ook al bracht dit grote schade en overlast voor inwoners met zich mee?
- In hoeverre mogen overheden ingrijpen in privébezit (huizen, land, vee) wanneer dit nodig wordt geacht voor nationale veiligheid?
- De Waterlinie was in 1940 eigenlijk achterhaald door nieuwe wapentechnologie. Wat zegt dat over het risico van vertrouwen op oude systemen in een snel veranderende wereld?
- Hoe zou jij je voelen als je als gezin op Tweede Pinksterdag halsoverkop moest evacueren, onder vuur, zonder zekerheid waar je terecht zou komen?
- Vind jij dat burgers het recht hebben om te weigeren te evacueren, ook wanneer de overheid dat om veiligheidsredenen verplicht stelt?
- De evacués kwamen terecht in scholen, kerken en schouwburgen, vaak onder slechte omstandigheden. In hoeverre moet een ontvangende gemeente verplicht zijn goede opvang te regelen?
- Hoe kijk jij naar het feit dat sommige evacués dagenlang werden rondgestuurd, omdat steden als Rotterdam en Utrecht zelf in gevaar waren? Wat zegt dit over de complexiteit van crisislogistiek?
- De evacuatie van dieren leidde tot chaos: boeren waren soms weken kwijt welke koe waar stond. Vind jij dat dierenwelzijn in oorlogstijd net zo belangrijk is als menselijk welzijn, of anders?
- Hoe beïnvloeden verhalen zoals dat van de zusters die terugkeren, en dat van inwoners op de dijk met geïmproviseerde bruggetjes, jouw begrip van veerkracht binnen een gemeenschap?
- Welke lessen kunnen wij vandaag trekken uit de evacuaties van 1940 voor moderne rampen, zoals overstromingen, pandemieën of militaire dreiging?
Nuttige links voor meer informatie
Ontdek verdere geschiedenis
Verbreed je kennis
Deel jouw verhaal
Heb jij een verhaal dat zich afspeelde in de gemeente Houten tijdens de Tweede Wereldoorlog dat je wilt delen? Of heb je wellicht foto’s van deze belangrijke periode? Bij De Oorlog was hier nodigen we je uit om jouw ervaringen en herinneringen met ons te delen. Samen kunnen we de geschiedenis levend houden. Doe mee en draag bij aan ons gezamenlijke geheugen!